Waarom een parkinsonverpleegkundige aan huis versus een parkinsonverpleegkundige in het ziekenhuis?


Waarom een parkinsonverpleegkundige aan huis versus een parkinsonverpleegkundige in het ziekenhuis?

Regelmatig krijg ik de vraag wat ik doe als parkinsonverpleegkundige. En vooral, wat is het verschil tussen een parkinsonverpleegkundige in de wijk of in het ziekenhuis. Nu is het in mijn regio zo dat de parkinsonverpleegkundige om financiële redenen van het management geen huisbezoeken mag doen en alleen haar functie op de polikliniek of de verpleegafdeling mag uitvoeren. Deze regel geldt gelukkig niet overal.

Mijn functie in eigen woorden

Sinds ik gestopt ben met mijn baan op de polikliniek neurologie, vragen steeds meer mensen (zorgverleners/patiënten) bij bijeenkomsten m.b.t. parkinson wat voor werk ik nu dan doe. Ik ben wijkverpleegkundige en help bij mensen met allerlei ziektebeelden, maar ik kom ook bij mensen thuis die kampen met de ziekte van Parkinson/parkinsonisme waar ik ‘alleen maar’ op gesprek kom: om lastige vragen te beantwoorden rondom de ziekte. Zo kan ik ze soms helpen begeleiden, terwijl ik weinig te maken heb met fysieke zorg. Immers kunnen mensen met parkinson ook lang zelfstandig blijven functioneren. Dus eigenlijk is een deel van mijn werk een beetje hetzelfde als op de polikliniek, maar dan bij de mensen thuis.

Een specifieke groep patiënten verliest contact op de polikliniek neurologie

Het mooie van mijn functie in de wijk is, is dat ik een specifieke groep opvang die anders het contact met de juiste zorgverleners dreigen te verliezen: ik zag in het ziekenhuis ouderen die op een gegeven moment niet meer of minder in het ziekenhuis kwamen, omdat ze het bezoek te lastig vonden. Parkinson/-isme is namelijk een progressieve ziekte die uiteindelijk zo erg kan worden, dat vormen van transfers (denk aan in de auto stappen, de rolstoel meenemen, lange gangen doorlopen – denk ook aan partners met de leeftijd van 80+ duwend aan een rolstoel) of het kunnen volhouden van een bezoek (denk aan mensen met een beperkte concentratie van 20 minuten – terwijl ze dikwijls al zolang in de wachtruimte moeten wachten – of een plaspauze waarbij de patiënt volledig door partner geholpen moet worden, nog niet gesproken over incontinentie) moeilijk maakt.
Het gevolg is dat deze groep mensen bijvoorbeeld alleen nog maar – 1 keer per jaar – naar een neuroloog gaan in plaats van ‘ook nog eens naar de parkinsonverpleegkundige’ vanwege bijvoorbeeld vragen over de medicatie, of juist andersom; alleen maar naar de parkinsonverpleegkundige, omdat de verpleegkundige meer tijd heeft voor vragen over allerlei verschillende problemen. En wanneer de neuroloog zegt ‘niets meer te kunnen betekenen’ is het voor sommige mensen al helemaal makkelijk om dan maar helemaal weg te blijven van het ziekenhuis. Zonde vind ik, want deze mensen komen vroeg of laat ook problemen tegen waar ze soms niet weten wat ze ermee moeten doen. Gelukkig is er dan nog een behulpzame huisarts die op huisbezoek kan komen, maar ook die kan niet alles ondervangen.

De meest opvallende voordelen van de parkinsonverpleegkundige in de wijk

Nu ik een aantal jaren op de polikliniek heb gewerkt en een aantal jaren in de wijk als parkinsonverpleegkundige, kan ik langzaam een aantal opvallende thema’s opnoemen waar ik als parkinsonverpleegkundige in de wijk vooral mee te maken heb. Namelijk:

  • Overbelaste mantelzorgers onderscheppen. Mantelzorgers zijn op de polikliniek al vaak degenen die de meeste vragen hebben over de ziekte van hun partner en uiten vaak ook meer zorgen. Echter doen zij zich vaak sterker voor in het kamertje bij de verpleegkundige met hun partner. Ze lijken alles onder controle te hebben en ‘ja, het is wel eens moeilijk, maar ach… het gaat toch goed?’. In de thuissituatie merk ik voor mijn idee sneller wanneer een mantelzorger overbelast is. Bijvoorbeeld op het moment dat de partner om wie het gaat, even weg loopt. Of omdat persoonlijke kwesties makkelijker los komen tijdens het gesprek thuis. Of omdat ik dan zie hoeveel zorg er daadwerkelijk gegeven wordt door de mantelzorger, op een flat twee hoog zonder lift en daarbinnen weinig bewegingsruimte, ik noem maar een voorbeeld.
  • De leefruimte van de patiënt beter beoordelen. Dit klinkt alsof ik alle interieurs bij binnenkomst keur en wil corrigeren, maar dat is niet zo. Ik observeer in de leefruimte waar ik mogelijkheden zie voor de patiënt. Omdat ik kan zien waar de patiënt dagelijks zit, eet, slaapt, loopt, doucht, zie ik snel of de patiënt goed uit de voeten kan in de eigen dagelijkse leefruimte. Niet iedereen is op de hoogte van handige aanpassingen in huis die het leven wat makkelijker kunnen maken (ik ook niet, maar ik zie wel wat nodig is). Deze benoem ik dan ter kennisgeving en waar nodig help ik mee om aanpassingen te bewerkstelligen. Nu moet ik erbij zeggen dat de meeste mensen zelf al erg handig zijn in het vinden van oplossingen. Maar op de polikliniek heb je soms helemaal geen idee over wat voor probleem zich voordoet in de slaapkamer of badkamer.
  • Flexibele tijdsplanning. Op de polikliniek was ik gebonden aan een strakke, standaard agenda met beperkte ruimte. Dit was afhankelijk van de planning voor overleg met de neuroloog, lunchpauze, het telefonisch spreekuur en de administratie. Ook in de wijk en privé als moeder heb ik het druk, begrijp me niet verkeerd, maar ik kan mijn tijd wat flexibeler indelen. Rapporteren kan ik als ik wil een dag later doen, een dag in het weekend of een avond vallen ook in de mogelijkheden voor een gesprek. Collegiaal overleg kan even tussendoor of een paar dagen wachten en moet niet dezelfde dag af. Immers heb ik de digitale mogelijkheden thuis om contact te leggen met wie ik wil. Ook kan ik patiënten sneller zien wanneer er acute problemen zijn, dan op de poli waar er maar 1 dag per week tijd was voor de parkinsonverpleegkundige. Dit is overigens niet overal zo.
  • Een meer persoonlijke band. Ondanks dat de relatie met patiënten op de polikliniek ook heel warm kan zijn en ik geloof ook echt persoonlijk te noemen, heb ik het idee dat ik in de wijk veel meer met de patiënt (en evt. partner) kan ‘connecten’. De klik is niet overal het juiste woord, maar ik bedoel dat er minder schotten in een conversatie lijken te zijn als ik iemand thuis spreek over zijn of haar ziekte, dan op de polikliniek. Het ziekenhuis is toch statischer, mensen gedragen zich anders. De relatie tussen mij en de patiënt is daardoor net wat meer hecht te noemen, waardoor je sneller, met een knik of een zucht, het probleem – maar laten we niet alles een probleem noemen – / het gespreksonderwerp te pakken hebt. Daaruit volgt dat mensen meer voldoening ervaren, is mijn beleving, uit een gesprek. En dat leidt tot betere zorg.

Mis jij als lezer nog belangrijke voordelen van de parkinsonverpleegkundige in de wijk? Of heb je andere feedback op dit artikel? Laat het me dan weten voor verbetering.

Geef een reactie