Zaden uit Zalk

Nieuwe cliënten zijn als nieuwe zaadjes

In de kast heb ik een heel klein doosje.
Een onopvallend zwart doosje in een zwarte kast.
De deksel kan eraf.
Daaronder zie je al mijn zaadjes.
Netjes gesorteerd op zaaimaand: maart, april, mei.
Kleurrijke pakjes zaad met allerlei soorten bloemen.
Als ik moet kiezen gaat dat lastig, want ze zijn allemaal even mooi.
Welke moet ik vandaag nou zaaien?, zucht ik dan.
Want ik weet niet of ik ze allemaal wel plek kan bieden.

Zaadjes moeten op tijd de grond in

Er is haast bij, want zaadjes moeten op tijd gezaaid worden.
Als ik meer dan tien zakjes zaad per maand klaar heb staan,
weet ik niet of ik ze allemaal op tijd kan zaaien.
Ik maak keuzes tussen ‘nu zaaien’ en ‘later zaaien’,
voor als plantjes het niet redden of als ik ergens nog kale plekken ontdek.
Als ik ze te laat zaai, hebben ze volgend jaar nog één kans.
En anders is de kiemkracht ingehaald door de tijd.

Zaadjes moeten ruimte krijgen

Je kunt zaadjes wel ruim gaan rondstrooien,
maar het heeft geen zin als de grond al vol staat.
Overal waar ik kijk zie ik nieuwe plantjes opkomen.
Nu nog enkele centimeters hoog,
maar straks wel een halve meter lang.

Planten hebben stuk voor stuk genoeg licht nodig.
En ruimte, om zijtakken te kunnen maken.
Planten kunnen elkaar verdringen en verminken,
als ze te dicht op elkaar staan en te hard groeien.
Ieder zaadje heeft daarom een eigen plekje nodig die het kan veroveren,
om een sterke plant te worden.

Het is de kunst om iedere plant tot zijn recht te laten komen.
Ultiem geluk is een border vol verschillende bloemen
die samen een vrolijk geheel maken.

Kiezen

De keuze is aan jou: welke zaai je wel?
En welke zaai je niet?
Ieder zaadje heeft recht op een bestaan.
Maar welke bied je dat aan?
En is er voldoende gelegenheid,
om het plantje ruimte te kunnen bieden?
Of zaai je toch te veel,
als je het risico neemt dat sommigen het niet redden?

PS: De zaden van de afbeeldingen zijn gekocht en gekregen van Brenda op https://zadenuitzalk.nl/

Thomas van der Meer columnist Volkskrant

Gelezen | Columns van Thomas van der Meer

Soms kies ik ervoor minder tijd te besteden aan lekker lezen. Momenteel vreet mijn studie (casemanagement dementie) bijvoorbeeld veel tijd. Gelukkig is dat tijdelijk. Maar wát ik nu lees, vind ik écht de moeite waard.

Gewoon in de krant

Ten eerste bewonder ik zijn schrijfstijl ontzettend. Het leest snel omdat het kort is en zo goed omschreven. Alles spreekt direct tot de verbeelding. Hij heeft mensenkennis die ik herken uit ons overeenkomstige werk. Hoe belangrijk is het dat mensen uit de zorg meer in beeld komen! En ten tweede gaat het om onderwerpen die me aanspreken; zowel maatschappelijk als verpleegkundig.

De columns van Thomas van der Meer zijn voor mij een reden geweest weer lid te worden van de Volkskrant (online). Ik kan me zó ontzettend in hem inleven dat iedere nieuwe column voor mij weer een GENOT is.

Instagram

Hij is te volgen op Instagram waarin hij ook in zijn stories deelt wanneer er weer een nieuw artikel online staat. Heel handig. Volg hem!

Ik ben fan

Thomas, bedankt dat ik je gegevens mag delen op mijn blog en dat je zo vlot reageert (idem als de Volkskrant).

Ik hoop nog láng te mogen genieten van jou stukjes. Mijn note to self is om Welkom bij de Club te bestellen zodra ik klaar ben met mijn studieboeken.

Stuk docu

Gezien | Stuk (docu)

Je mist iets heel moois als je Stuk nog niet bekeken hebt. Het is een vierdelige docuroman (VPRO) van Jurjen Blick. Tijdens mijn avonddiensten op woensdag besprak ik de docu iedere week met de 82-jarige mevrouw van Dijk. Zij is blind en dol op docu’s en ook zij onderstreept mijn mening. Je kunt Stuk nog terugkijken op de NPO-app. Als verpleegkundige met hart voor je werk moet je dat gewoon even doen.

Het verhaal uit een revalidatiecentrum (en deels bij mensen thuis) is een aanrader om de volgende 5 redenen:

Je ziet de mens en hun verhaal

Het is gefilmd met oog voor de mens in het moment. Je ziet afleesbare emoties, voelt gepaste stiltes en de harde realiteit beleef je mee. Er zijn geen acteurs. Geromantiseerd noemen ze de documentaire wel, maar ik vind het echt. Ik herken zoveel in de thuiszorg. De documentairemaker heeft de accenten goed gelegd. Het lijkt geromantiseerd omdat er in de korte kijktijd veel belangrijke accenten achter elkaar worden voorgeschoteld. Daardoor lijkt het geromantiseerd. Maar bij mij op de werkvloer gebeuren deze momenten zeker ook. Alleen is dat wat meer verspreid door de dienst heen. Je ziet ook in de docu hoe belangrijk het is goed te kunnen luisteren naar iemands verhaal.

de arts en de verpleegkundige zijn ook mensen

Zo gaat het in de praktijk ook; de professional is ook een mens. En die deelt ook iets van zichzelf in het werk. Of diegene nu wil of niet.

De keuzes die je maakt in het menselijk contact en de uitvoering hiervan zijn een stukje van jezelf. Een zorgvrager op mijn werk hoor ik zeggen dat alle medewerkers van ons team een eigen gebruiksaanwijzing hebben. Ik vind het kloppend en mooi. En ik denk dat we daar te weinig bij stil staan.

De documentaire is meeslepend

Doordat je als kijker empathie voelt en meeleeft met de ‘personages’ die hard werken om beter te worden, wil je weten hoe het afloopt. Alle vier de afleveringen wil je zien.

Sommige gefilmde stukjes lopen, niet geregisseerd, wel mooi in elkaar over

Ik had dit vast niet door gehad als ik ‘De Wereld Draait Door’ niet van tevoren had gezien. Maar je volgt als kijker even de patiënt en daarna loop je door de gang mee met de verpleegkundige. Die ene waarvan je al weet dat zij het thuis niet makkelijk heeft. In een ogenblik behandelt zij in de volgende kamer weer een andere bekende personage. Het is een leuk weetje. Knap gefilmd.

De film is goed ingesproken door de maker

Waarvoor mijn complimenten. Het maakt het helemaal af en hij raakt waar nodig de juiste snaar. Hierover meer in deze recensie van het NRC.

Ik heb in stilte ontzettend genoten van deze docu en ik hoop vele anderen.

Cliëntgerichte zorg

Cliëntgerichte zorg: 'Dus ik mag jullie de volgende keer weer vragen?'

Veel zorginstanties zeggen ´de cliënt centraal´ te stellen, of bieden ´cliëntgerichte zorg´. Een praktisch voorbeeld in de zorg wil ik graag delen, omdat ik een gelukkige getuige ben van dat er niet alleen over gesproken wordt, maar dat dit ook echt kán.

Cliëntgerichte zorg Boven de spoorlijn

In 2011 splitste ons groeiende wijkteam van Ede in tweeën: team Ede Noord en team Ede Zuid. Net op dat moment kwam de vakantiecliënt mw G in zorg, op een adres ten noorden van de spoorlijn. Deze oudere dame kwam uit Friesland en logeerde bij haar zus in Ede. Het Buurtzorgteam uit haar woonplaats droeg de zorg dan voor enkele weken aan ons over, zodat zij ook bij haar zus thuis geholpen kon worden. Jarenlang heeft team Ede Zuid haar tijdens haar vakanties geholpen en ‘gehouden’ ongeacht de extra reistijd.

Een langdurige relatie

Beide zussen hebben mijn zwangerschappen geteld en vragen naar onze verhuisplannen. Ik zie keer op keer hoe deze hoogbejaarde vrouwen zich saampjes wisten te redden. Hoe één zus de ander ging missen na het overlijden. En hoe de achtergebleven zus, zelf met steeds meer gezondheidsklachten, ook regelmatig onze hulp nodig had.

Cliëntgerichte zorg

DUS IK MAG JULLIE DE VOLGENDE KEER WEER VRAGEN?

Vanmorgen was het moment weer daar om de zorg bijna geheel af te sluiten. Met snelle ademhaling probeert ze haar kleding in hoog tempo aan te trekken vanwege het idee ons tot last te zijn. Straks kan zij zonder ons weer verder op haar eigen gemak. ‘Maar bij welk team hoor ik nu eigenlijk?’ en ‘Mag ik nog steeds gewoon jullie nummer bellen?’ terwijl ze haar been in een maillot steekt. ‘Ede Zuid natuurlijk!’ zeg ik.