Zaden uit Zalk

Nieuwe cliënten zijn als nieuwe zaadjes

In de kast heb ik een heel klein doosje.
Een onopvallend zwart doosje in een zwarte kast.
De deksel kan eraf.
Daaronder zie je al mijn zaadjes.
Netjes gesorteerd op zaaimaand: maart, april, mei.
Kleurrijke pakjes zaad met allerlei soorten bloemen.
Als ik moet kiezen gaat dat lastig, want ze zijn allemaal even mooi.
Welke moet ik vandaag nou zaaien?, zucht ik dan.
Want ik weet niet of ik ze allemaal wel plek kan bieden.

Zaadjes moeten op tijd de grond in

Er is haast bij, want zaadjes moeten op tijd gezaaid worden.
Als ik meer dan tien zakjes zaad per maand klaar heb staan,
weet ik niet of ik ze allemaal op tijd kan zaaien.
Ik maak keuzes tussen ‘nu zaaien’ en ‘later zaaien’,
voor als plantjes het niet redden of als ik ergens nog kale plekken ontdek.
Als ik ze te laat zaai, hebben ze volgend jaar nog één kans.
En anders is de kiemkracht ingehaald door de tijd.

Zaadjes moeten ruimte krijgen

Je kunt zaadjes wel ruim gaan rondstrooien,
maar het heeft geen zin als de grond al vol staat.
Overal waar ik kijk zie ik nieuwe plantjes opkomen.
Nu nog enkele centimeters hoog,
maar straks wel een halve meter lang.

Planten hebben stuk voor stuk genoeg licht nodig.
En ruimte, om zijtakken te kunnen maken.
Planten kunnen elkaar verdringen en verminken,
als ze te dicht op elkaar staan en te hard groeien.
Ieder zaadje heeft daarom een eigen plekje nodig die het kan veroveren,
om een sterke plant te worden.

Het is de kunst om iedere plant tot zijn recht te laten komen.
Ultiem geluk is een border vol verschillende bloemen
die samen een vrolijk geheel maken.

Kiezen

De keuze is aan jou: welke zaai je wel?
En welke zaai je niet?
Ieder zaadje heeft recht op een bestaan.
Maar welke bied je dat aan?
En is er voldoende gelegenheid,
om het plantje ruimte te kunnen bieden?
Of zaai je toch te veel,
als je het risico neemt dat sommigen het niet redden?

PS: De zaden van de afbeeldingen zijn gekocht en gekregen van Brenda op https://zadenuitzalk.nl/

Petri Bakker Fotografie

Opleiding casemanagement dementie

Afgelopen jaar deed ik de opleiding casemanagement dementie. Eerst intern bij Buurtzorg en daarna aan de Christelijke Hogeschool Ede. Vele malen heb ik mij afgevraagd of ik wel met het goede bezig was. En ja, ondanks de tijd en energie die ik steek in een nieuwe studie is het wel de moeite waard. Nu al.

Verdieping

Als wijkverpleegkundige of als parkinsonverpleegkundige ben je vaak al de spin in het web. Toch merkte ik dat zodra er bij de cliënten geheugenproblemen om de hoek kwamen kijken, er meer intensieve zorg nodig was. De opleiding casemanagement dementie helpt om meer grip op de situatie te krijgen.

Casemanagement in een notendop

Kort gezegd geef ik voorlichting over geheugenproblematiek, ben ik veel meer bezig met ACP-gesprekken en ben ik meer zaken aan het coördineren en plannen dan dat ik gewend was. Als casemanager ben je nog intensiever met de naasten in gesprek en beweeg je mee met alle complexiteit in en rondom de casus en de te regelen zorg. Alle zeven CanMEDs-rollen die je als hbo-verpleegkundige behoort te hebben, zullen wederom aan bod komen.

Vier tips

Wat mij het meest opvalt is hoe snel mijn agenda vol is gelopen het afgelopen jaar. In korte tijd ben ik druk geweest met multidisciplinaire overleggen, aanvragen aan het doen binnen het financieringsstelsel (WMO, WLZ etc.) en familiegesprekken. Het begeleiden van mensen met dementie en hun naasten kost meer tijd dan ik van te voren had ingeschat. Graag wil ik je vier tips meegeven als je overweegt aan de opleiding te gaan beginnen:

1. houd overzicht in je agenda

De opleiding heeft van te voren bekend gemaakt hoeveel studielasturen hiervoor staan. Schrijf dit op en reken van te voren uit hoeveel uren je per week aan je opleiding zal gaan besteden. Plan hier vrij voor. Of nog beter: zorg ervoor dat je één dagdeel in de week vrij hebt om ongestoord aan je opleiding te werken. Zéker als je thuis nog een gezin hebt. En hobby’s. En sport. En een sociaal leven.

2. Kantoordag

Daarnaast is één dag kantoor wel prettig. Er komt namelijk meer administratie en overlegtijd bij dit werk kijken dan dat ik als verpleegkundige gewend was. Met een WLZ-aanvraag voor één cliënt kan ik zo anderhalf tot drie uur zoet zijn. Als je dit tussen de routes door plant kun je het vaak niet in één keer af krijgen en ben je met andere telefoontjes al snel afgeleid. Als wijkverpleegkundige heb ik als doel zoveel mogelijk het casemanagement op aparte dagen te doen. Plannen blijkt al gauw topsport.

3. Vrije tijd inplannen

Omdat ik zowel als verpleegkundige als casemanager een druk bestaan heb, merk ik dat het van belang is om ook mijn sociale activiteiten te plannen. Koffie drinken met vriendinnen, een weekendje weg met de kinderen, sporten, vrijwilligerswerk: plan ik allemaal in. Houd ook gaatjes vrij om werk en sociale activiteiten eventueel te kunnen combineren. Zo kan ik tussen twee huisbezoeken door eens lunchen met een vriendin. Daarnaast zijn gaatjes vrij ook handig voor ongeplande urgente acties of gewoon een keer: de was ophangen. Het voordeel is dat je als casemanager je tijd zelf kan indelen.

4. Stel verwachtingen bij

Wees je ervan bewust dat je niet direct expert ben ja de opleiding casemanagement dementie. De opleiding is een hulpmiddel om je functioneren op een hoger niveau te tillen. Hoe je dit in de uitvoering gaat doen, ligt aan jezelf. En niet iedereen groeit daarin even snel of functioneert op hetzelfde niveau. Mijn tip is om niet te veel cliënten tegelijkertijd aan te nemen en bewust alle facetten van het vak met je huidige cliëntenbestand te doorlopen en hiervan te leren zonder te veel tijdsdruk. Kwaliteit gaat voor kwantiteit.

Heb je hier iets aan gehad en ga je aan de slag met de opleiding? Ik vind het heel leuk als je een reactie achter laat!

Wil je meer lezen over mijn werk in de wijk? Lees dan de blogs van deze categorie.

Ben jij ook aan het studeren en wil je weten hoe je een inhoudsopgave maakt in Word? Lees dan deze blog.

Thomas van der Meer columnist Volkskrant

Gelezen | Columns van Thomas van der Meer

Soms kies ik ervoor minder tijd te besteden aan lekker lezen. Momenteel vreet mijn studie (casemanagement dementie) bijvoorbeeld veel tijd. Gelukkig is dat tijdelijk. Maar wát ik nu lees, vind ik écht de moeite waard.

Gewoon in de krant

Ten eerste bewonder ik zijn schrijfstijl ontzettend. Het leest snel omdat het kort is en zo goed omschreven. Alles spreekt direct tot de verbeelding. Hij heeft mensenkennis die ik herken uit ons overeenkomstige werk. Hoe belangrijk is het dat mensen uit de zorg meer in beeld komen! En ten tweede gaat het om onderwerpen die me aanspreken; zowel maatschappelijk als verpleegkundig.

De columns van Thomas van der Meer zijn voor mij een reden geweest weer lid te worden van de Volkskrant (online). Ik kan me zó ontzettend in hem inleven dat iedere nieuwe column voor mij weer een GENOT is.

Instagram

Hij is te volgen op Instagram waarin hij ook in zijn stories deelt wanneer er weer een nieuw artikel online staat. Heel handig. Volg hem!

Ik ben fan

Thomas, bedankt dat ik je gegevens mag delen op mijn blog en dat je zo vlot reageert (idem als de Volkskrant).

Ik hoop nog láng te mogen genieten van jou stukjes. Mijn note to self is om Welkom bij de Club te bestellen zodra ik klaar ben met mijn studieboeken.

Even dit en dat #20 | Orde op zaken

Tijdens de vakantie heb ik gedacht aan hoe ik meer grip kan krijgen op de hectiek van mijn werk. Sinds ik de casemanagementopleiding heb gevolgd en meer cliënten toegewezen krijg naast het werk tijdens de routes, is mijn to-do-lijst never niet meer eindig, ondanks mijn opgehoogde contracturen. Ten eerste geeft dat een nieuw onwennig gevoel; faalangst om dingen niet op tijd af te krijgen en onzekerheid of je het wel goed doet (want je wil immers íedereen tevreden houden, of niet soms?!?) en ten tweede heb ik de neiging voor mijn ‘oh zo belangrijke job’, mijn eigen to-do’s thuis maar onderaan het prioriteitenlijstje te zetten. De was? Kan wachten (kon al regelmatig wachten voor ik deze functie had) Hobby’s? Laat maar even gaan. Vrijwilligerswerk waar ik van geniet? Zo minimaal mogelijk. Sporten? Geen flow meer. Creatieve dingen doen zoals schrijven? Is nu even niet belangrijk.

En zo kwam ik in een spiraal van meer werken en meer werk aantrekken en meer werken. De kans op een burn-out, wat veel collega’s in de zorg ervaren, is groot en komt voor mijn gevoel dichtbij. Het is tijd om wat meer aan mezelf te denken. Ik wil weer lekker gevarieerd bezig zijn zoals vroeger en het werk soms ook even het werk laten. Deze nieuwe blog is, naast dat ik mijn huis opruim, weer meer ga hardlopen en tuinieren, een manier om mijn oude ‘ik’ weer een beetje op te pakken.

Jongeren aantrekken in de zorg

Lang gelee heb ik met Anne Elsinghorst en vele leuke andere jonge lieden in de thuiszorg gebrainstormd over hoe we de wijk aantrekkelijker kunnen maken. Hier wil ik meer aandacht aan besteden. Het leuke alvast is, is dat ons team in plaats van één stagiaire, nu twee stagiaires tegelijkertijd heeft. Dat is geen uitzondering, maar voor ons wel bijzonder omdat we dit nooit eerder gedaan hebben. Ook onze laatste stagiaire is blijven plakken als oproeper en ik hoop nog lange tijd van haar te blijven horen.

Preventie

Sinds ik meer in de wijk bekijk wat de mogelijkheden zijn voor ouderen, hebben we een paar cliënten zo ver gekregen te gaan koffiedrinken in een ontmoetingsruimte. Zodoende heeft één cliënt waarvan de hond pas dood was gegaan, toch een nieuw hondje gekocht, nadat hij ook met andere koffiedrinkers over puppy’s had doorgepraat. Nu is de koffieclub twee honden rijker en is onze cliënt al 2 kilo afgevallen omdat hij weer regelmatig aan de 10000 stappen komt; iets wat ik nooit meer van hem had verwacht.

Hbo+

Over een paar weken begint mijn hbo+ opleiding casemanagement dementie. Ja, hetzelfde als wat ik al heb gehad intern, maar straks krijg ik een algemeen erkende diploma als ik het haal. Doordat ik deze opleiding volg mag ik deelnemen aan het regionale netwerk, zodat ik ook op de hoogte blijf van het regionale nieuws en houden we samen de kwaliteit goed, is de bedoeling. Het is misschien wat dubbel werk, maar ik wist eerst nog niet zeker in hoeverre in het leuk vond en had geen idee dat ik deze opleiding vergoed kreeg. Afijn, ik steek er vast wel weer wat van op, want ik leer ook in de praktijk nog iedere dag en dat houdt me gemotiveerd.

Wijkzuster op vakantie

Even dit en dat #1 | Terug van vakantie


Wij zorgverleners doen graag even dit en even dat voor onze cliënten. ‘En dan trekken we (ook zo één) nog even de kousen aan’ en ‘nog even de medicijnen…’. Michael van Balken, uroloog in Rijnstate, schrijft daar leuke blogs over in zijn rubriek Zorgtaal. Om een meer persoonlijke rommelblog in de week ertussen te gooien over mijn werkbezigheden, bedacht ik dat deze titel voor zo’n rubriek daarom wel leuk zou zijn. Zonde om de titel niet uitgelegd te krijgen toch?

Twitter buzz

Afgelopen paar weken heb ik vakantie gehad, dus op dit moment ben ik erg rustig op werkgebied. Wel heb ik twitter gevolgd voor de laatste nieuwtjes. Ik link hier even (said it again) naar twee mooie blogs die me opvielen op twitter, één van Barbara over de verhipping van ons vak (heerlijk stuk) en één van Caren over de zorgelijke perikelen van dit moment.

Nog een blog over een mooie (herkenbare) casus in de thuiszorg van Jelle Reijngoudt:

En verder weer een hoop gezeik op Twitter wat ik even (eigenlijk al heel lang) beu was. Als gevolg op mijn uitspatting op Twitter kwam er wel een lijstje aan positieve tweets naar voren en leuke nieuwe mensen om te volgen. De tweet is ook weer een goede reminder zo veel mogelijk positieve blogs te plaatsten over de zorg.

Vorige blog

Afgelopen week plaatste ik de blog over ‘Stuk’, al is de docu alweer een paar maanden geleden op TV geweest. Ik vond het de moeite waard om lezers eraan te herinneren goede programma’s te kijken waar we herkenning vinden in ons werk.

Aankomende blog

Komende week ga ik proberen wat meer financiering te regelen voor een verpleegkundig preventieproject wat ik al heel lang doe. Mocht je zelf ook een preventieproject op willen starten, maar krijg je daar geen financiële middelen voor (denk aan een rollatorloop of een beweeggroepje voor ouderen), dan zou je wat aan mijn tip kunnen hebben welke ik woensdag deel op de blog.

Zo, en dan nu maar hopen dat ik niet al te veel ingewikkeld inleeswerk heb op werk… (alle rapportages screnen, gewijzigde zorgplannen controleren, misschien nog nieuwe cliënten met nieuwe dossiers doornemen, misschien nog wat teamdingen en de Siilo-app weer aan de praat zien te krijgen… Whaaah!)

Groeten van een nog heerlijk ontspannen wijkzuster, net terug van vakantie.

Stuk docu

Gezien | Stuk (docu)

Je mist iets heel moois als je Stuk nog niet bekeken hebt. Het is een vierdelige docuroman (VPRO) van Jurjen Blick. Tijdens mijn avonddiensten op woensdag besprak ik de docu iedere week met de 82-jarige mevrouw van Dijk. Zij is blind en dol op docu’s en ook zij onderstreept mijn mening. Je kunt Stuk nog terugkijken op de NPO-app. Als verpleegkundige met hart voor je werk moet je dat gewoon even doen.

Het verhaal uit een revalidatiecentrum (en deels bij mensen thuis) is een aanrader om de volgende 5 redenen:

Je ziet de mens en hun verhaal

Het is gefilmd met oog voor de mens in het moment. Je ziet afleesbare emoties, voelt gepaste stiltes en de harde realiteit beleef je mee. Er zijn geen acteurs. Geromantiseerd noemen ze de documentaire wel, maar ik vind het echt. Ik herken zoveel in de thuiszorg. De documentairemaker heeft de accenten goed gelegd. Het lijkt geromantiseerd omdat er in de korte kijktijd veel belangrijke accenten achter elkaar worden voorgeschoteld. Daardoor lijkt het geromantiseerd. Maar bij mij op de werkvloer gebeuren deze momenten zeker ook. Alleen is dat wat meer verspreid door de dienst heen. Je ziet ook in de docu hoe belangrijk het is goed te kunnen luisteren naar iemands verhaal.

de arts en de verpleegkundige zijn ook mensen

Zo gaat het in de praktijk ook; de professional is ook een mens. En die deelt ook iets van zichzelf in het werk. Of diegene nu wil of niet.

De keuzes die je maakt in het menselijk contact en de uitvoering hiervan zijn een stukje van jezelf. Een zorgvrager op mijn werk hoor ik zeggen dat alle medewerkers van ons team een eigen gebruiksaanwijzing hebben. Ik vind het kloppend en mooi. En ik denk dat we daar te weinig bij stil staan.

De documentaire is meeslepend

Doordat je als kijker empathie voelt en meeleeft met de ‘personages’ die hard werken om beter te worden, wil je weten hoe het afloopt. Alle vier de afleveringen wil je zien.

Sommige gefilmde stukjes lopen, niet geregisseerd, wel mooi in elkaar over

Ik had dit vast niet door gehad als ik ‘De Wereld Draait Door’ niet van tevoren had gezien. Maar je volgt als kijker even de patiënt en daarna loop je door de gang mee met de verpleegkundige. Die ene waarvan je al weet dat zij het thuis niet makkelijk heeft. In een ogenblik behandelt zij in de volgende kamer weer een andere bekende personage. Het is een leuk weetje. Knap gefilmd.

De film is goed ingesproken door de maker

Waarvoor mijn complimenten. Het maakt het helemaal af en hij raakt waar nodig de juiste snaar. Hierover meer in deze recensie van het NRC.

Ik heb in stilte ontzettend genoten van deze docu en ik hoop vele anderen.

Stichting Ambulancewens

Een laatste wens uit laten komen voor een stervende

Een paar maanden terug las ik zo’n mooi bericht over het ontstaan van Stichting Ambulance Wens! Ik heb er als wijkverpleegkundige ook mee te maken en leerde de stichting kennen via een collega die ons team er jaren geleden op wees. Ik had er toen vaag wel eens iets over gehoord, maar wist niet dat een wens in vervulling laten gaan in ons werkgebied ook al mogelijk was. Dit bleek dus daadwerkelijk te kunnen. Sindsdien vraagt ons team in principe bij iedere terminale cliënt (iemand die op sterven ligt) of er nog een laatste wens is waar Stichting Ambulance Wens evt. bij zou kunnen helpen; ergens waar de cliënt nog graag naartoe zou willen gaan. Niet iedereen maakt er gebruik van en dat hoeft ook niet, maar cliënten die dat wel deden zag ik erg gelukkig en ontspannen terugkomen na zo’n wens, zoals ook in bovenstaand artikel beschreven wordt door ambulancemedewerker Kees.

Het interview doet mij denken aan mijn ervaring toen ik de vraag kreeg of ik Stichting Ambulance Wens wilde bellen voor een terminale cliënt bij ons. Ik wist niet goed hoe het in zijn werking ging, maar één telefoontje naar de stichting en alles bleek soepeltjes te gaan. De grootste spanning zat er bij mij over of degene voor wie ik dit wilde regelen, de reis of zelfs de transfer van haar bed naar de brancard überhaupt wel aan zou kunnen. Ik belde de stichting en vertelde dat wij van de thuiszorg te maken hebben met een terminale cliënt die graag met haar partner naar de dierentuin zou willen gaan. – Je moet je voorstellen dat ik dit telefoontje pleegde in een kleine donkere woonkamer waar overdag de dikke gordijnen dicht zaten met iemand naast mij op bed die geel zag en bijna niet meer reageerde op mijn stem. Ze was op sommige momenten van de dag al helemaal niet meer aanspreekbaar en werd met de dag zwakker en minder goed te draaien in bed. Tegelijkertijd zie ik beelden van een zonnig dierenpark vol bezoekers. – Aan de telefoon vertelde ik dan ook hoe slecht zij eraan toe was en dat ik mij zorgen maakte of ze de reis wel aan zou kunnen. Stel dat ze dood gaat, wat dan?

De mevrouw die ik aan de lijn had van Stichting Ambulance Wens was heel erg aardig en voelde meteen de ernst aan van wat ik bedoelde. Ze stelde me gerust door te zeggen dat ze deze situaties veel vaker hebben meegemaakt en dat er gewoon verpleegkundigen bij zijn die onze zorg zullen overnemen. Comfort bieden staat natuurlijk bovenaan. Het kwam volgens haar wel eens vaker voor dat mensen overlijden tijdens een rit voor hun laatste wens, maar waarom zou sterven tijdens het vervullen van die wens erg zijn? Precies dat wat Kees ook beschrijft in zijn interview.

Na het telefoontje werd alles geregeld en had ik weinig meer van doen. Een aantal dagen later (ik duimde ondertussen ontzettend dat ze het ging halen) werd zij opgehaald voor een dagje dierentuin met haar partner en bleek achteraf ontzettend te hebben genoten. Ze kwam moe maar ontspannen terug en ze schijnt volgens partner nog vrij alert te zijn geweest in de dierentuin en te hebben gepraat. Aan de uitgelatenheid van haar partner merkte ik dat die dag ontzettend waardevol is geweest voor beide. Als ik tijdens het gesprek naar de mevrouw in bed keek kon ik bijna niet geloven dat zij daar in de dierentuin was rondgereden op een brancard, maar het was toch gebeurd. Ik was blij dat ze het had gered en dankbaar dat er zo’n mooie stichting bestaat.

Doneren aan Stiching Ambulance Wens kan via het IBAN op de site: https://www.ambulancewens.nl/

Een geschenk welke mij het meest bijstaat

Geld, chocola, een flesje wijn…, allemaal wel eens gekregen van hele dankbare cliënten. Maar wie heeft er wel eens een leverworst gekregen en nam´m mee in de fietstas, op weg naar de volgende cliënt? Ik. En ik vond het hartstikke leuk, anders schreef ik dit niet. Nu is mijn vraag: welk geschenk staat jou het meest bij?

Laat me je meteen even meenemen, terug naar mijn studietijd in 2006/2010 (niet geheel toevallig dat mijn blogpost online komt om 20.10 uur).

Vanachter mijn schooltafeltje zag ik mijn docent verpleegtechnische handelingen wapperen met een oranje papiertje´beroepscode voor de verpleging´. Het dunste en goedkoopste boekje van mijn verplichte boekenlijst verpleegkunde bleek plots de belangrijkste van allemaal te zijn. Mijn indruk op de opleiding verpleegkunde kreeg bij mij die les instant de bevestiging dat oubolligheid hoorde bij het vak. Er is dus door een aantal organisaties met wollige noemers van reeds vergeten afkortingen een foldertje gemaakt met opgesomde regels, waaraan de verpleegkundige zich ‘dient te houden’ en waar ik enige jaren later de Eed voor zou afleggen. Als een soort ´bijbel van de verpleegkunde´. De verpleegstersmantel uit 1963 van mijn tante hoefde ik daarbij overigens niet aan te trekken, wat ik mij wel zo had voorgesteld.

Onze klas discussieerde over regel 2.13: ‘De verpleegkundige accepteert voor zichzelf geen geschenken van de patiënt.’ Iedereen had namelijk een andere werkplek met een eigen aanpak op die regel. De meesten die bijvoorbeeld geld kregen van een heel dankbare patiënt, stopten het direct in een teampot waar door iemand van hogerhand uitjes mee werd georganiseerd. Maar ja, wat als je nooit mee gaat omdat die uitjes super suf waren? Of stel je krijgt een afdelingsgoudvis, wie verschoond straks dan het aquarium? En wat als je als assistente van de huisarts een bos bloemen krijgt van een zeer tevreden patiënt: laat je die dan tijdens een lang paasweekend op kantoor verpieteren of neem je ze mee? Een belangrijk gegeven is dat de meeste patiënten zelf wel duidelijk maken waarom en waarvoor ze iets willen geven, bijvoorbeeld geld om de snoeppot mee te vullen op de balie. Maar of we die regel uit de beroepscode, gemaakt op basis van angst voor het slechte, daar echt bij nodig hebben? Ik betwijfel het. Als iemand daadwerkelijk geld in zijn eigen zak zou steken kom je daar als hecht en goed functionerend team in de meeste gevallen gauw genoeg achter.

Laatst kreeg ik dus een leverworst van een cliënt. Misschien niet per se uit dankbaarheid (confession), maar meer omdat familie dit bij de boodschappen had gedaan en ze dit niet eet. ‘Hier. Neem maar mee, voor de kinderen.’ Tja, ik zou natuurlijk met plichtsgevoel tijdens teamoverleg iedereen kunnen trakteren op plakjes leverworst…

Inmiddels is de beroepscode vernieuwd, heeft een nieuw kleurtje en is meer een leidraad geworden. Bovendien passen de regels nu wat meer in deze tijd en zijn ze niet zo vooroorlogs geformuleerd. Plakjes leverworst uitdelen tijdens overleg is ‘m dan ook uiteindelijk niet geworden.

Nu ben ik benieuwd: welk geschenk staat jou het meest bij?

Cliëntgerichte zorg

Cliëntgerichte zorg: 'Dus ik mag jullie de volgende keer weer vragen?'

Veel zorginstanties zeggen ´de cliënt centraal´ te stellen, of bieden ´cliëntgerichte zorg´. Een praktisch voorbeeld in de zorg wil ik graag delen, omdat ik een gelukkige getuige ben van dat er niet alleen over gesproken wordt, maar dat dit ook echt kán.

Cliëntgerichte zorg Boven de spoorlijn

In 2011 splitste ons groeiende wijkteam van Ede in tweeën: team Ede Noord en team Ede Zuid. Net op dat moment kwam de vakantiecliënt mw G in zorg, op een adres ten noorden van de spoorlijn. Deze oudere dame kwam uit Friesland en logeerde bij haar zus in Ede. Het Buurtzorgteam uit haar woonplaats droeg de zorg dan voor enkele weken aan ons over, zodat zij ook bij haar zus thuis geholpen kon worden. Jarenlang heeft team Ede Zuid haar tijdens haar vakanties geholpen en ‘gehouden’ ongeacht de extra reistijd.

Een langdurige relatie

Beide zussen hebben mijn zwangerschappen geteld en vragen naar onze verhuisplannen. Ik zie keer op keer hoe deze hoogbejaarde vrouwen zich saampjes wisten te redden. Hoe één zus de ander ging missen na het overlijden. En hoe de achtergebleven zus, zelf met steeds meer gezondheidsklachten, ook regelmatig onze hulp nodig had.

Cliëntgerichte zorg

DUS IK MAG JULLIE DE VOLGENDE KEER WEER VRAGEN?

Vanmorgen was het moment weer daar om de zorg bijna geheel af te sluiten. Met snelle ademhaling probeert ze haar kleding in hoog tempo aan te trekken vanwege het idee ons tot last te zijn. Straks kan zij zonder ons weer verder op haar eigen gemak. ‘Maar bij welk team hoor ik nu eigenlijk?’ en ‘Mag ik nog steeds gewoon jullie nummer bellen?’ terwijl ze haar been in een maillot steekt. ‘Ede Zuid natuurlijk!’ zeg ik.